vmbo 12 mei 2016

Ik wil een melkvee-imperium

Bron: De Groene Amsterdammer. Ayoub Louihrani doet eindexamen op het Clusius College in Amsterdam-Noord, een groen vmbo. Zijn moeder leert Nederlands, zijn vader zit sinds een aanrijding in de WAO. Toen hij klein was wilde hij burgemeester worden. Hij doet aan zelfverdediging, fitness en hardlopen.

Ik wilde eerst niks te maken hebben met groen. En niet naar deze school. Maar op mijn vorige school kon ik niet blijven omdat ik onvoldoendes haalde. Mijn moeder zei: “Je moet je school afmaken, haal je diploma!” Toen waren we in Marokko op vakantie en zag ik mijn oom op zijn boerderij. Hij zag er zo geduldig uit. Hij werkte alleen of met zijn zoon, hij nam pauze wanneer hij wilde. Hij was zijn eigen baas. Toen dacht ik: ik wil ook boer zijn in de toekomst. Ook in Marokko.

We leren hier alles over dieren, wat ze nodig hebben om te overleven, wat ze doen in het wild, de evolutie van Darwin. Zulke dingen. Superleuk. Ik heb stage gelopen op een melkveehouderij. Ik ben niet veel met Nederlandse mensen omgegaan, die boer was een echte Hollander, maar ik zag geen verschil met mijn oom. Hier kon je ook pauze nemen als je moe was. Ik vond alles leuk, behalve het weer. Om zes uur ’s ochtends begonnen we met melken. Vroeg opstaan is goed. Daarvoor heb je discipline nodig. En discipline heb je ook nodig in je leven, in de toekomst, vind ik. Eerst vond ik dat niet, nu wel. Ik sport veel. Daar moet je ook op tijd zijn, goed luisteren, doen wat de meester zegt, net als op school. Als je tegenstribbelt, kom je niet verder.

De educatie in Marokko is niet hetzelfde als hier. Mijn vader was schoonmaker en hij stond in de avond security. Dat wil ik niet ­worden. Dat vind ik een beetje te laag ­gegrepen. Hij heeft altijd op mij gelet. Als ik op straat was met vrienden, dan kwam-ie gewoon naar me toe en dan zei hij dat het tijd was om naar huis te gaan. “Je moet niet iedereen vertrouwen met wie je omgaat”, zei hij altijd. “Je moet eerst zelf weten wat je wil doen en wie je wil zijn.”

In de regio van mijn oom is vooral ­akkerbouw. Daarom wil ik veehouder ­worden. Als ik naar Marokko ga met mijn kennis, dan blijft de markt klein voor mijzelf en dan verdien ik meer dan de rest. Ik ben ­moderner. Ik ben jong en ik leer nog elke dag. Wat de boeren daar doen, kan ik veel beter. Ze melken nog met de hand bijvoorbeeld. Ik wil een melkrobot. En een grote silo. Daar moet je geld voor hebben, maar in Marokko word je extra geholpen als je met een diploma komt. Liefst haal ik ook de koeien van hier naar daar.

Mijn vader en moeder zijn heel blij. Trots nog niet, eerst moet ik mijn diploma halen. Ik heb net toelating gedaan voor de mbo veehouderij. Ze keken daar raar op omdat ik een ander kleurtje heb. Maar dat is niet erg, het zijn ook mensen. We verschillen alleen qua normen en waarden. Als ik niet word aangenomen ga ik eerst nog een jaartje bij de marine. Blijf ik lekker fit. Leer ik ook gelijk meer discipline. Je moet je goed voelen over jezelf, anders heb je niet veel aan jezelf. Soms heb ik te veel zelfvertrouwen. Dat is ook weer niet goed.

Ik wil een van de grootste veehouderij­bedrijven hebben van Marokko. Dat is ­uiteindelijk mijn doel. Of het gaat lukken weet ik niet, maar ik denk het wel. Ik wil gewoon een industrie. Een melkvee-imperium.’