mbo 03 okt 2019

Sterke verbinding opleiding en bedrijfsleven

Een sterke verbinding tussen het onderwijs en het bedrijfsleven is nodig om de theorie zo goed mogelijk te koppelen aan de praktijk.

Volgens Sijbren Mulder, docent veehouderij aan het Clusius College, is de sectoradviesraad daarbij onmisbaar. ‘We brainstormen samen over het lesaanbod en blijven via de adviesraad op de hoogte van alle ontwikkelingen in de sector.’

De opleiding veehouderij aan het Clusius College in Alkmaar heeft de afgelopen jaren een metamorfose ondergaan. De sectoradviesraad, bestaande uit vier melkveehouders, een partner uit de periferie van de sector en docenten van het Clusius College, speelde daarin een belangrijke rol. ‘Samen met de sectoradviesraad hebben we het lesaanbod in de afgelopen jaren zodanig kunnen aanpassen dat het weer aansluit op de behoefte van studenten en het bedrijfsleven’, stelt docent Sijbren Mulder.
‘Zeven jaar geleden nam het aantal studenten aan onze opleiding flink af’, legt Ruud Delis uit. Hij is als docent techniek betrokken bij de sectoradviesraad.
‘De ontwikkeling van de opleiding lag stil. Docenten werden niet tot nauwelijks bijgeschoold en gaven les over onderwerpen die alweer achterhaald waren. Bijvoorbeeld over de MINAS, ofwel het Mineralen Aangiftesysteem, dat al in 2006 werd vervangen door een ander stelsel op basis van gebruiksnormen. Voor veel potentiële studenten was het lesaanbod destijds reden om elders te kijken’, analyseert Delis.
In 2013 kende de opleiding een dieptepunt. ‘We startten toen een studiejaar met nog maar negen leerlingen. Het tij moest toen echt keren, anders betekende dit het einde van de opleiding. In samenwerking met de sectoradviesraad en andere groene scholen hebben we het lesprogramma en -aanbod behoorlijk aangepast. We zitten nu weer boven de honderd studenten’, vertelt Delis.

Contact met student
Melkveehouder en LTO Noord-lid Aad van der Harg is lid van de sectoradviesraad en ontvangt regelmatig studenten op zijn bedrijf. Samen met zijn vrouw, zoon en schoondochter melkt hij 150 koeien in Oudesluis. ‘Wij krijgen met regelmaat stagiairs op ons bedrijf en studenten die een examen afleggen voor het melkdiploma. Op deze manier kom ik veel met studenten in contact en hoor ik wat zij op school leren.’
‘Het zet je soms ook aan het denken’, vervolgt Van der Harg. ‘Laatst had ik twee stagiairs van de opleiding paraveterinair. Ze vroegen naar het onthoornen van kalveren, waarom wij dat doen. Dan ga je soms anders over zaken nadenken. Maar je hoort ook wat studenten graag willen leren, waar zij behoefte aan hebben en waar de opleiding dus meer aandacht aan mag schenken. Deze waardevolle informatie neem ik mee naar onze overleggen met de sectoradviesraad.’

Theorie en praktijk
‘Ik vind het heel belangrijk dat de theorie op school aansluit op de praktijk’, antwoordt Van der Harg op de vraag waarom hij lid is van de sectoradviesraad. ‘Als je wordt opgeleid tot veehouder moet je weten wat er speelt in onze sector en met welke ontwikkelingen, uitdagingen en kansen je te maken krijgt.’
‘Daarom overleggen wij vier tot vijf keer per jaar met de hele sectoradviesraad en hebben we eens per jaar een brainstormsessie’, valt Mulder hem bij. ‘In deze overleggen delen wij onze ervaringen en visies en maken we plannen voor de komende jaren. Dit leidde al tot vele positieve resultaten.’
Dat de opleiding weer een ‘boost’ heeft gekregen, blijkt uit het aanbod. ‘De inseminatiecursus is een vast onderdeel geworden van ons lesprogramma. Verder zijn we van plan om weer klauwbekapcursussen te geven, nodigen we met regelmaat gastsprekers uit, bijvoorbeeld van CRV en Agrifirm, en besteden we meer aandacht aan communicatie, zowel online als offline. Uit de gesprekken met onze studenten en de sectoradviesraad blijkt dat daar behoefte aan is.’

Veevoeding en fokkerij
Als afgevaardigde van het Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt (HAJK) is ook Joost Ruijter betrokken bij de sectoradviesraad. Deze oud-student van het Clusius College runt samen met zijn ouders een melkveebedrijf in Burgerbrug. ‘Net als Aad, vind ik het heel waardevol dat het Clusius College en de sectoradviesraad regelmatig om tafel zitten. Het is belangrijk dat de studenten kennis en kunde hebben van de sector en dat de basis op school wordt behandeld.’
In de opleiding wordt volgens Ruijter vooral aandacht geschonken aan veevoeding, fokkerij, diergezondheid en het bedrijfseconomische aspect op een veehouderijbedrijf. ‘Heel goed, want dit zijn de basiselementen. Het zijn zaken waar je in je bedrijf dagelijks mee te maken hebt.’
Ruijter en Van der Harg melden dat er tussen de sectoradviesraad, het Clusius College, LTO Noord en andere partijen gesprekken gaande zijn over een nieuwe, gezamenlijke visie. ‘We willen een gezamenlijke visie vormen voor de komende jaren. Een tijdje geleden hebben we een eerste overleg gehad. In dit overleg zijn we onder andere ingegaan op de ontwikkelingen in onze sector en welke kant wij denken dat het de komende vijf tot tien jaar op gaat. Dat is natuurlijk lastig te beoordelen, maar op deze ontwikkelingen moeten we de komende jaren wel anticiperen in het onderwijs’, besluit Van der Harg.

‘Stageboeren zijn echt een verlengstuk van de opleiding’
Het Clusius College waardeert de inbreng van boeren en tuinders voor het verder optimaliseren van de opleiding. ‘Net als met de sectoradviesraad, zitten we ook graag met boeren om tafel’, zegt Sijbren Mulder.
‘We willen de boeren in onze regio graag meer betrekken bij onze opleiding’, gaat hij verder. ‘Stageboeren bijvoorbeeld, zij zijn echt een verlengstuk geworden van onze opleiding. Zij horen en zien in hoeverre de theorie aansluit op de praktijk. Door met hen te sparren kunnen wij de opleiding nog verder verbeteren.’
‘Ook fungeren een aantal boeren als examinator tijdens de proeve van bekwaamheid. Dat is soms best spannend, want; doe je het wel goed als opleiding? Zij geven daar feedback op. Verder hopen we dat wij bij een aantal boeren een klauwbekapcursus mogen geven aan onze studenten. Daarover gaan wij in gesprek’, vertelt de docent.

Bron: Nieuwe Oogst