Jouw wereld Jouw toekomst
Intranet-VMBO Alkmaar

 

De bovenbouw

 
In klas drie biedt de school een breed oriënterend praktijkprogramma aan: Groen Breed. Dit programma is gebaseerd op het examenprogramma Landbouwbreed.
In klas vier kiezen de leerlingen een van de onderstaande vakrichtingen ter voorbereiding op het (al dan niet “groene”) MBO.
 
Vakrichtingen
 
· Plant
Gericht op het telen van planten, o.a. de groente-, bloemen-, potplanten- en bloembollenteelt.
 
· Dier
Gericht ophuisdieren en de veehouderij, waarbij onder meer de verzorging, gezondheidszorg, voeding en huisvesting aan de orde komen.
 
· Voeding
Gericht op de verwerking van producten uit de land- en tuinbouw. Hier leren leerlingen hoe allerlei levensmiddelen worden gemaakt en bewaard.
 
· Bloem
De leerlingen maken allerlei vormen van bloemwerk en leren hoe je moet presenteren en een winkel kunt inrichten.
 
· Groen
Gericht op het aanleggen en onderhouden van zowel tuinen en plantsoenen als parken en het landschap.
 
· Techniek en bedrijfsadministratie
Deze vakken zijn vooral bedoeld als ondersteuning voor de “groene” vakonderdelen hierboven, maar kunnen ook een opstap zijn voor een vervolgopleiding in die richting in het MBO.
 
· Zorg en Welzijn
Deze richting is gericht op alle vormen van medische zorg en sociaal pedagogische opleidingen. Ook hiervoor geldt dat het een opstap is voor een vervolgopleiding in het MBO.
 
 
Bedrijfsoriëntatie
 
Vanaf het derde leerjaar kunnen leerlingen een periode ervaren hoe het er in het bedrijfsleven aan toe gaat. In het vierde jaar gaan de leerlingen zelfs wekelijks een halve dag, of om de week een hele dag, of 2 hele weken per jaar naar een bedrijf in de richting die hen aanspreekt. Deze stageperiode helpt de leerling bij het kiezen van een vervolgopleiding.
De stage is bedoeld als bedrijfsoriëntatie om een beeld te krijgen of het werk in de richting die wordt gekozen, voldoet aan de verwachtingen.
De leerlingen ervaren wat het is om in de praktijk te werken, ze leren om te gaan met collega's en geven hun ervaringen weer in verslagen. Kortom ze ervaren de leuke (en soms ook de minder leuke) kanten van het werken in hun vakrichting(en) zodat ze bewuster kunnen kiezen voor een vervolgopleiding.